Winnie van Kins …lachen, praten, vrijen!

Lachen, praten, vrijen.
Mijn zeeman en ik stappen in de auto. Geen idee meer waar we naar toe gingen, maar niet belangrijk. Wat ik alleen nog maar weet van dit autoritje was het volgende gesprekje dat zich al in de eerste meters ontspon.

Zeeman: ‘@#$%^&%^&^’? (geen idee wat hij zei, verstond het niet)

Ik: ‘Wat zeg je?’

Zeeman: ‘Nou dat wordt leuk als wij samen oud worden, allebei steeds dover en dover.’
(eh…hoezo ‘als’ bedenk ik, nu ik dit schrijf?)

Ik: Ik ben niet doof, ik verstond je alleen gewoon even niet.’

Zeeman: ‘Jawel, jij bent best wel een beetje doof.’
(Dit zou kunnen kloppen aangezien mijn opa stokdoof werd en mijn moeder dit inmiddels is en we zodoende mogen concluderen dat doofheid in de familie zit, maar dit alles ga ik hier en nu natuurlijk niet toegeven)

Ik: ‘Jij articuleert gewoon heel beroerd.’
(ook dit is correct, probeert hij wel te verbeteren, zeker toen hij er door meer mensen op gewezen werd, maar dat gaat hij natuurlijk hier en nu niet toegeven)

Zeeman: ‘Jij luistert gewoon niet goed.’

Ik: Ik luister heel goed, zeker omdat ik weet dat jij nooit zo duidelijk spreekt.’
Afijn, dit zou op een regelrechte discussie of misschien zelfs ruzie uit kunnen draaien, aar nee, we keken elkaar aan en begonnen te lachen. De hele dag bleef dit in de lucht hangen als een guitig lachzonnetje met dikke pretwangetjes. We realiseerden ons tegelijkertijd hoe komisch het eigenlijk was; dit uit de lucht gevallen onderwerp. Het is makkelijk om hier een grote bak herrie over te maken, maar wij gingen beide blijkbaar voor de lollige variant.
We lachen veel, mijn zeeman en ik. Zelfs als ik echt boos ben, schiet ik regelmatig in de lach als ik zijn ‘ponem’ zie. Hij wordt door mijn buuf ook niet voor niks een ‘blij ei’ genoemd. Het was voor mij wel nieuw hoor: in de lach schieten terwijl je toch echt heel serieus boos bent. Ik sta te foeteren en begin dan toch te lachen. Huh? Probeer dan maar eens je punt te maken of gekwetst over te komen.
Gelukkig kent hij me ondertussen heel goed en weet wanneer er echt iets loos is en hij beter even kan luisteren of inbinden. Geen idee waarom dit zo gaat en waarom het bij mij zo werkt met deze man.
Misschien omdat hij telkens een paar weken weg is? Omdat we niet samenwonen, maar heel veel samen zijn als hij verlof heeft en we kiezen in welk huis we willen zijn? Dat dit nooit problemen geeft en een keer nachtje apart ook geen probleem is?
Omdat we ooit zijn begonnen met een one-night-stand en zeker niet van plan waren een relatie te starten, daar ook zeker niet naar op zoek waren? Omdat we nu dus een one-night-stand van zes jaar hebben?
Omdat we allebei ‘ik hou van jou’ de vier meest misbruikte woorden ooit vinden en we ons meer bedienen van praktische, tastbare (werk)woorden? Wij zeggen: ‘ik vind je lief’ en ‘ik ben graag bij je ’of ‘ik heb je lief’ of ‘ik voel me fijn bij jou.’
Omdat, als ik zin heb in een potje oproer al of niet terecht of met gegronde redenen, hij zegt:

‘Maar IK vind jou WEL lief hoor!’

met een olijk hoofd en zoenklare lippen? Omdat ik hem soms zomaar om zijn nek vlieg en zeg dat ik broodnodig zoentjes of anderszins aandacht wil? (Zonder de dramatische opsmuk en omtrekkende emotioneel uitgespeelde bewegingen)
Omdat we weten dat we elkaars geluk niet bepalen; verantwoordelijk zijn voor ons eigen geluk, maar weten van elkaar dat we die factor wederzijds wel beïnvloeden?

Zo kan ik nog best wel even doorgaan, waarbij de woorden respect en communicatie niet zullen ontbreken. (Die communicatie met of zonder gehoorapparaat en/of simultaan vertaler liplezen tegen de tijd dat onze fysieke beperkingen ons parten gaan spelen natuurlijk!)
Wat ik wel weet, is dat de basis van een relatie voor mij ligt in drie componenten: praten, lachen, vrijen en de juiste verhoudingen daartussen. Deze verschillen vanzelfsprekend per paar, maar kunnen ook per week verschillen.
Heel simpel eigenlijk: de ene week is de andere niet. Het gaat niet om vaste cijfers of normen, maar jullie eigen norm. Ik weet niet of er een ideale verhouding bestaat. In de praktijk blijkt dat dit voor veel mensen zo werkt.
Als je vindt dat een en ander beter kan, probeer eens met een kleine aanpassing of verandering. Begin zelf en begin bíj jezelf. (Dit doe je namelijk voor jezelf.) Bijvoorbeeld: vervang in een discussie met je lief het woord ‘maar’ eens consequent door het woordje ‘en’. Kleine stap met grotere impact dan je vermoedt. Of raak de ander eens bewust áán tijdens een discussie; discussieer/praat eens met elkaar tijdens een wandeling waarbij het verboden is elkaar los te laten. Of dat nu pink aan pink of in volle omarming is…maakt niet uit! Of: zoek een goede stok en hou die samen vast. Maak er een soort spelletje van. (samen spelen, even niet die verstandige volwassenen zijn met grote verantwoordelijkheden, is ook erg leuk!)

En ja…er zijn momenten waarop je gewoon beseft dat je wederhelft (your significant other, zoals Amerikanen dat zo treffend zeggen) je zo dierbaar is, dat je een en ander slikt en voor lief neemt en… dat doet hij gelukkig ook bij jou!

Zonnig, lollig en liefdevol pinksterweekend!

 

Behoefte aan persoonlijke tips of informatie, bel of mail naar Mens Nova  www.mensnova.nl/0648015443
mens nova

GERELATEERDE ARTIKELEN

Een reactie op “Winnie van Kins …lachen, praten, vrijen!

  1. Pinkback: snk.to/DOgj

Geef een reactie